Roma's picture

About the author
Roma
Novel: "Blood's Thicker..." or "Het bloed kruipt..."
Genre: Historical Fiction
37,000 words so far  

About Roma

Location: Upper Galilee, Israel

Home Region:
Israel :: Elsewhere

Age:60

Favorite novels: Pride & Prejudice; HP & the Prisoner of Azkaban; 'Het duister dat ons scheidt’ ; 'Het geheim van de schrijver'

Favorite writers: Jane Austen, JK Rowling, Renate Dorrestein, Georgette Heyer, JRR Tolkien,

Favorite music: silence

Non-noveling interests: reading, forums, web-surfing, talk-backing, knitting

Joined: October 10, 2005

This Year: Official Participant

NaNoWriMo History:
'06 '05 '07

NaNoWriMo posts: 5

NaNoWriMo buddies: 17

 

Synopsis: "Blood's Thicker..." or "Het bloed kruipt..."

The year is 1780 or thereabouts.

Two young children try to get back home, after their kidnapper is killed in a bar brawl. Unbeknownst to them, they carry a secret, someone ruthless needs to get hold of.

Excerpt: "Blood's Thicker..." or "Het bloed kruipt..."

Opgeschrokken uit zijn eerste slaap schoot de kleine jongen met het vuile smoeltje straal rechtop in een donkere hoek van de gelagkamer en zag nog net hoe de man die hij ‘Pa’ moest noemen door de vreemdeling werd neergestoken. Tenminste voor hém was het iemand die hij voor deze avond nog nooit eerder had gezien, laat staan gesproken, maar Pa scheen hem wel te kennen. Het was immers, zag de kleine jongen, dezelfde man waarmee Pa aan de tafel in het midden van de gelagkamer, vlakbij de grote schouw had zitten smoezen. Eerst had de kleine jongen daar zelf ook nog bij gestaan, terwijl achter hem de weinige andere gasten zich al een voor een terugtrokken en klaarmaakten om de nacht op de banken of de met stro bedekte vloer van ‘De gebraden Haan’ door te gaan brengen. Pa lette niet op hem maar onderhield zich met de vreemdeling en nam zo nu en dan een slok uit zijn tinnen bierkan. Van het gesprokene had de kleine jongen niet veel begrepen want ze gebruikten een of ander raar taaltje dat misschien alleen zij konden verstaan. Bovendien had hij staan te azen op de overblijfselen van het karige maal die nog voor Pa op tafel lagen. En waarvan de kleine jongen enkel maar een hompje droog brood dat Pa eigenhandig met zijn enge grote mes afsteed, had toegeworpen gekregen.
‘Hiero, vreet dat maar op. En hou verder je verdomde kop dicht.’
Maar die brok was lang niet genoeg om zijn honger te stillen. En nou Pa z’n kop bij zijn beraadslagingen met die andere man had, durfde de kleine jongen het wel te wagen. Eén keer ging het goed. Pa had niet in de smiezen dat hij – Rein – nog een korst brood wegkaapte. Hij ging er niet op staan kauwen maar liet het schielijk in zijn zak verdwijnen. Hebben is hebben en krijgen is de kunst, wist de kleine jongen uit ervaring. Pa zou die korst niet missen. Maar toen was hij zo dom was geweest om voor de tweede keer zijn hand uit te steken en ditmaal om de rest van de kaas bij Pa weg te snaaien. En die was zich daardoor opeens weer van zijn aanwezigheid bewust geworden. En in plaats van nog iets om het geknor van zijn maag te stillen, had de kleine jongen een fikse oorvijg in ontvangst moeten nemen. Door de klap en de schrik kon hij een kreet niet onderdrukken, terwijl hij toch wel wist dat dat Pa nog kwaaier zou maken. En dus kwam er meteen nog een oplawaai achteraan waardoor zijn hoofd tolde en al beet hij op z’n lip, hij kon niet voorkomen dat er tranen over zijn vuile wangen rolden. Met een grauw en een snauw had Pa hem weggestuurd.
‘Het is verdoemd ook nooit genoeg met jou. Je vreet me de oren van de kop. Maak dat je wegkomt, stuk ongeluk. En denk erom dat je op mijn spullen let. En hou verder verdomme je bek.’
In arren moede was de kleine jongen afgedropen. Langs de ruwhouten tafels en zitbanken waarop nu de enkele gasten – drie mannen en een grote jongen - lagen te slapen, sjokte hij naar de hoek waar Pa en hij bij hun aankomst meteen hun spullen – de grote en de kleine bundel – hadden neergezet en waar Pa zijn grote, zware overjas overheen had gegooid omdat die onderweg nat was geworden.
Tenminste de mannen lagen al te snurken maar de jongen kwam half overeind toen Rein hem passeerde.
‘Zo die was goed raak, huilebalk,’ fluisterde hij met een stem vol leedvermaak. De kleine jongen balde zijn vuisten, maar liet ze moedeloos weer langs zijn lijf vallen. Het had geen zin om nou ook nog mot te krijgen met die kwelgeest. Zwijgend schuifelde hij verder tot in de donkere hoek waar Pa’s spullen lagen.
Naast die bagage had de kleine jongen zich op het stro gevleid en de jas bij wijze van dek en bij gebrek aan een echte deken over zich heen getrokken. Stilletjes had hij daar zijn tranen de vrije loop gelaten, al wist hij best dat huilen geen enkele zin had. Langzamerhand moest hij zo toch in slaap gesukkeld zijn.

En nu stak Pa’s eigen vervaarlijke dolkmes recht uit zijn eigen keel. De jongen herkende het aan het besneden lemmet. Er klonk een akelig reutelend geluid. Met een rare zijdelingse beweging trok de vreemdeling het van bloed druipende mes uit de wond, veegde het zomaar aan Pa’s vest af en schoof het in zijn eigen gordel.
Maar toen de moordenaar opkeek van zijn bloederige bezigheden, had de kleine jongen de grote, zware overjas al weer over zich heen getrokken en lag hij met ingehouden adem te wachten op de dingen die komen zouden. Zijn hart bonsde in zijn keel. Hij hoorde de moordenaar rommelen, snuiven en vloeken.
‘Verdomd, waar is dat ding?’
De kleine jongen gluurde vanonder de mouw van Pa’s jas naar het vaag verlichte deel van de gelagkamer bij de haardstede waarin het stervende vuur nog nagloeide. Daar stond een ruwhouten tafel met enkele tinnen kroezen erop en een stompje kaars dat nog brandde. Verspreid over die tafel lagen ook de beduimelde speelkaarten die vast en zeker de aanleiding waren geweest voor het gevecht dat op een steekpartij uit was gelopen. Een van de zitbanken bij de tafel was omgevallen. De bons waarmee die tegen de vloer was geslagen had de kleine jongen waarschijnlijk gewekt. Of misschien het verontwaardigde snauwen en schreeuwen van de twee mannen?
De moordenaar bukte zich opnieuw over Pa’s gevelde lijf en voelde zijn zakken na, zonder dat Pa ook maar een vin verroerde. Maar meer geld dan hij nu al in zijn hand had, zat er niet in die zakken, wist de jongen. Dat was opgegaan aan de ongewone reis op het wiebelende, deinende dak van de postkoets en aan een karig maal. Bovendien had Pa nooit veel geld gehad, zolang als de kleine jongen het zich kon herinneren. Tenminste, zodra hij op de een of andere slinkse manier opeens over een aantal munten beschikte, bezoop hij zich of vergokte het in de eerste de beste herberg die ze tegenkwamen. Soms was dat nog voordat Pa en de kleine jongen een maaltje hadden verslonden en soms – een enkele keer – erna. Hoe lang het helemaal geleden was dat Pa hem had meegenomen – meegesleurd, weg van het warme, schone huis waar de kleine jongen altijd had gewoond, kon hij nu niet meer berekenen. Na ongeveer twaalf dagen was hij de tel kwijt geraakt, want wat kwam er na twaalf? Dertien of veertien? En nu was het allemaal al zo lang geleden, veel meer dan twintig of honderd, dacht hij. Het leek hem in elk geval jaren geleden dat hij de man die hij later ‘Pa’ zou noemen voor het eerst had gezien. Hij kon zich het huis waar zijn ouders en zijn broers en zussen nu misschien nog woonden, al bijna niet meer voor de geest halen. Na de eerste paar dagen dat hij met de vreemde man op stap was gegaan en hij om zijn moeder huilde, had deze gezegd dat hij – Rein – dat maar het beste kon vergeten omdat hij daar nu niets meer te zoeken had. En dat hij hém van nu af aan maar ‘Pa’ moest noemen. Of bedoelde Pa dat híj daar niets meer te zoeken had?
De kleine jongen had al gauw door dat het niet aan te bevelen was om Pa met vragen te bestoken, want dan kon je een fleer om je kop krijgen of erger: je ging over de knie en Pa had harde handen. Bovendien lagen er overal ook wel stokken en als Pa zijn riem af moest doen… Nou, berg je dan maar!

Maar nu lag hij daar op de aarden vloer van deze herberg tussen het haardvuur en de omgevallen zitbank en bewoog niet meer, afgezien van een paar schokkerige stuiptrekkingen. Tenminste Pa zelf bewoog zich niet, maar zijn bloed stroomde nog wel uit de steekwond in zijn blote borst en dat rode vocht liep in zijn vuilwitte hemd en op zijn blouse en zijn vest. Daar zou Pa wel kwaad om zijn als hij straks weer wakker werd… en dan moest Rein als een meid over een emmer water staan of knielen aan de oever van een beek om het allemaal weer schoon te krijgen. En met bloed, wist hij, moest je er vlug bij zijn want als dat opdroogde kreeg je het nooit meer uit uit je goed. Hij zuchtte hoorbaar.
De moordenaar liet zijn woeste blik over de gelagkamer gaan, maar iedereen die zich daar bevond en wakker was geworden van het lawaai van het gevecht, hield zich doodstil. Misschien was er, behalve de kleine jongen, ook wel niemand verder wakker van geworden. Mensen die gewoon waren om op de banken en de vloer van gelagkamers de nacht door te brengen, waren ook wel gewend dat er lawaai werd gemaakt en gevochten, hoewel er dan natuurlijk – hopelijk! – niet altijd doden vielen zoals nu was gebeurd. Als Pa tenminste dood was!
Vanuit zijn schuilplaats onder de grote jas zag de kleine jongen hoe de moordenaar overeind kwam en een paar keer tegen Pa’s lijf aanschopte, maar Pa vloog niet op om hem een opstopper te verkopen, dus óf hij was in slaap gevallen wat de kleine jongen niet geloofde, óf hij was van zijn stokje gegaan, wat natuurlijk heel goed kon als je zo’n wond had, óf hij had reutelend de laatste adem uitgeblazen. Vanwege het vele bloed op zijn kleren scheen het Rein toe dat die laatste mogelijkheid de meest voor de hand liggende was. Pa was dood!

Roma's Writing Buddies

scribbles
0 / 50,000
RebaZ
8,474 / 50,000
lambarker Winner!
57,776 / 50,000
Glowing Halo
wonderer
Winner!
50,500 / 50,000
Laurus Nobilis Winner!
50,077 / 50,000
boldlygo Winner!
50,037 / 50,000
Glowing Halo
Kandybar
Winner!
50,142 / 50,000
Glowing Halo
AnnNoE
Winner!
53,349 / 50,000
Glowing Halo
Akatari
Winner!
51,005 / 50,000
Seraphina Weaver Winner!
61,769 / 50,000
Bethane
0 / 50,000


Home :: About :: Authors :: My NaNoWriMo :: FAQs :: Fun Stuff :: Donation/Store :: Forums :: Our Programs
Privacy Policy :: Terms and Conditions :: Codes of Conduct :: Returns Policy

Copyright © 2008 The Office of Letters and Light :: All posted novel excerpts remain copyright their authors.
Powered by Drupal